Met argusogen wordt gekeken naar het studentenprotest: is het niet te breed en ongestructureerd? Maar Nanke Verloo ziet nieuwe democratie ontstaan.

 In het Maagdenhuis gaan op zondagmiddag de handen massaal de lucht in als een de FNV-vertegenwoordiger zijn motie voorleest. Al wapperend bepalen de hoeveelheid handen de ‘temperatuur’: de deelnemers zijn het met de motie eens. Het FNV-bestuur gaat alle zeilen bijzetten om ‘de rechtvaardige strijd van de studenten zowel landelijk als lokaal te steunen’, aldus de man achter de microfoon. Een grote groep studenten en docenten van verschillende universiteiten zitten in een kring en houden hun ‘General Assembly’, een methode om op democratische wijze te debatteren over de toekomst van De Nieuwe Universiteit. Al vijf dagen wordt het bestuursgebouw van de Universiteit van Amsterdam bezet. Na een mislukte en door velen als paternalistisch bestempelde reactie van College van Bestuur-voorzitter Louise Gunning is de steun voor wat ontstond als een klein protest tegen bezuinigingen bij Geesteswetenschappen uitgegroeid tot een landelijk debat over de bestuurscultuur in het hoger onderwijs.

De tactieken van de studenten om hun protest te organiseren en kracht bij te zetten herken ik van de dagen die ik meemaakte met Occupy in Zuccotti Parc in New York en op het Beursplein in Amsterdam. Ook daar werd er in een grote kring geluisterd en gewapperd naar iedereen die iets te melden had. Ook daar liepen de eisen uiteen van representatie in raden van bestuur tot kritiek op neoliberale machtsstructuren. En ook daar werd het publiek snel moe van de ingewikkelde, ongestructureerde, en niet specifieke claims.

 Ook vandaag hoor ik, zowel in de media als op de afdeling politicologie waar ik werk, geluiden die het protest neerzetten als ‘te breed, te ongestructureerd, en te uiteenlopend’. Met de treurige afloop van de Arabische lente, Occupy Wallstreet, en Griekse protesten in het achterhoofd is het niet zo vreemd dat we ook hier met argusogen kijken naar de nieuwe vormen van democratie die zich net zo abrupt als traag manifesteren. Desondanks wil ik een ander geluid laten horen.

 Politiek filosofe Hannah Arendt heeft ons al decennia geleden geleerd dat een democratie staat of valt door de kwaliteit van de publieke sfeer. Een krachtige publieke sfeer geeft ruimte aan verschillende verhalen, botsende perspectieven, en uiteenlopende idealen. Er wordt in gesproken, geluisterd, gevochten, geprotesteerd. Zo’n publieke sfeer kan overal bestaan, maar is in de afgelopen decennia steeds meer gereguleerd. Als burgers hun stem willen laten horen zijn zij ten eerste welkom in het stemlokaal. Als zij nog meer willen beïnvloeden kunnen zij netjes komen inspreken op een door de lokale overheid georganiseerde inspraakavond. En als ze zich dan nog gehoord voelen, dan kunnen zij zich organiseren in een bewonerscommissie of een vakbond. Die gereguleerde vormen van protest lijken op z’n retour. Inspraak avonden worden geboycot en in plaats daarvan binden we ons vast aan bomen of ‘crowdfunden’ we onze eigen projecten zonder overheidssubsidie. Steeds vaker zien we dat plekken die symbool staan voor instituties die ons trachten te reguleren worden bezet. Bezetting als vorm van protest is misschien niet geheel nieuw, maar is zeker nieuw leven in geblazen door de gebeurtenissen op het Tahrir plein en Zuccotti Parc. Het past precies in de tijdsgeest: boze burgers wachten niet langer af maar organiseren zich ad hoc en eigenen zich de plekken toe die van ‘de ander’ lijken te zijn.

 De studenten van De Nieuwe Universiteit beschreven de betekenis van hun bezetting als volgt: ‘In het Maagdenhuis scheppen we een participatieruimte die binnen de heersende orde niet bestaat. Wij eigenen ons de ruimte toe; een ruimte voor inspraak en participatie die ons niet gegund is geweest in de afgelopen tijd. Wij zijn daarom geen bezetters maar scheppers; scheppers van een participatieruimte waarin iedereen zich welkom voelt om mee te werken aan de bouw van onze democratie. Democratie is niet af.’ (28 januari 2015 op de Facebookpagina ‘De Nieuwe Universiteit’). Hiermee slaan zij de spijker op zijn kop.

 Des te interessanter is dat Louise Gunning twee dagen eerder sprak van een ‘actie tegen de democratie’. In Vice Magazine zei zij: ‘If you are a peaceful and democratic community then you will not take possession of other people’s organizations’ (26 februari 2015). Mevrouw Gunning probeert tevergeefs de bezetting te de-legitimeren, maar vergeet hierbij dat een democratie is gefundeerd op een inclusieve publieke sfeer die juist krachtig wordt wanneer hij ontstaat op plekken met symbolische waarde. Daar kan zich een debat ontketenen waar alle partijen zich mee kunnen identificeren en hun ideeën laten horen. Daar hoort Gunning en haar Collge van Bestuur net zo thuis als haar studenten, docenten, ondernemingsraden, en FNV-vertegenwoordigers. Daar ontstaat democratie niet in abstractie maar in de interacties tussen al deze groepen.

 Persoonlijk liep ik dit weekend, na vier jaar studeren en zes jaar dienstverband aan de Universiteit van Amsterdam, voor het eerst het beroemde gebouw aan het Spui binnen. Pas nu het ‘bezet’ was ging het open voor mij.

 Nu er een publieke sfeer is ontstaan is er een kans voor democratie. Casper Thomas stelt in de Groene Amsterdammer van 26 februari dat ‘competente rebellen (een term die Gunning in haar jaarrede van 2013 uitnodigend hanteerde om studenten tot nadenken aan te zetten) een rechtmatige plek aan de onderhandelingstafel hebben veroverd’. Een mooie gedachte, maar daar toch zet ik toch mijn vraagtekens bij. Die rechtmatige plek is helaas niet alleen afhankelijk van de prachtige democratische tactieken die in het Maagdenhuis worden ontwikkeld en ook niet enkel van de krachtige betekenis van een publieke plek. De kans voor democratie die zich hier ontvouwt is afhankelijk van ons allemaal. Doen we het protest opnieuw af als ‘te breed’ of gaan we in debat om het specifiek te maken? Durven docenten en hoogleraren hun kennis in te zetten om de academie te heroverwegen? Maar vooral, hebben de geroutineerde bestuurders de capaciteit en de wil om deze democratische kans te grijpen, te onderhandelen met alle partijen, en hun rol te ‘re-legimiteren’?

Column in Het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken.

logofoto.

Advertisements