Op 1 juli herdachten we de afschaffing van de slavernij 152 jaar geleden, tegelijkertijd werd de landelijke actiedag tegen Zwarte Piet georganiseerd en er werd gereld en gedemonstreerd naar aanleiding van de dood van Mitch Henriques. Een bewogen week voor Nederland. Wat hebben de drie met elkaar gemeen?

Een dag voor de herdenken hield de Keti Koti Tafel (verbroken ketenen) een vierentwintig uur durende dialoogestafette naast het slavernijmonument in het Amsterdamse Oosterpark. Ieder uur werd er een Keti Koti-ritueel uitgevoerd waarin een zwarte en een blanke Nederlander elkaars polsen inwreven met kokosolie, op kwasibita kauwden (een bitter stukje hout wat symbool staat voor slavernij) en de mond spoelden met een klontje rietsuiker. Onder leiding van organisator Mercedes Zandwijken voerde ik een dialoog met cabaretier Jeffrey Spalburg. We vertelden elkaar over onze voorvaders, om zo door middel van een persoonlijk verhaal, ons eigen slavernijverleden te traceren.

In zijn column op 22 juni jl. beschreef Bas Blokker in het NRC Handelsblad de dialoogtafels als een ‘bestuurlijk gereedschap’ met de nodige tegenstrijdigheden. Zo moest er op vreedzame manier over strijd gesproken worden en zou het gesprek over conflict consensus ten doel hebben. Blokker vroeg zich terecht af of consensus wel de beste manier is om elkaar beter te leren begrijpen. Consensus leidt inderdaad vaak niet tot beter begrip en conflict kan zeker ook als kans worden gezien om elkaar beter te begrijpen. Ik denk echter dat hij iets cruciaals van het ritueel over het hoofd ziet waar alle gebeurtenissen van afgelopen week in samenkomen.

In een gespannen samenleving waar grote vraagstukken zoals racisme, collectieve geschiedenis, thuishoren en integratie vaak in abstracte termen worden bediscussieerd, bieden de Keti Koti Tafels een zeldzame plek voor persoonlijke ervaringen. Hier in dit tentje naast het slavernijmonument werden tegengestelde verhalen verteld en naast elkaar gezet, botsten ideeën besproken, maar werden ervaringen ook gehoord en erkend. En het zijn juist die persoonlijk verhalen die er toe doen als we meer inzicht willen krijgen in de realiteit van een samenleving die ons tot woede, demonstratie en polarisatie drijft.

Aan de Keti Koti Tafel vertelde een vrouw over haar steeds terugkerende wens. Zij was zelf vaak negatief aangesproken op haar uiterlijk toen zij naar Nederland kwam na de Surinaamse onafhankelijkheid. Zij wenste dat de tijden zouden veranderen en dat haar kinderen zich minder bewust zouden zijn van hun donkere huidskleur. Toen haar hbo-geschoolde zoon op zoek moest naar een stage, ging hij bij zijn moeder te rade. Zijn Nederlands klinkende naam baarde hem zorgen, ‘dan kom ik binnen en zie ik er zo uit’. Nu wenst de moeder dat haar kleinkinderen deze zorg over hun uiterlijk niet hoeven te dragen.

Een oudere man vertelde hoe hij vroeger had geleerd om blanken nooit rechtstreeks aan te kijken en hoe hij zich nog iedere keer over zijn schaamte heen moest zetten als hij een blanke Nederlander in de ogen keek. Aan de andere kant vertelde een vrouw over haar vermoeidheid dat van alles als racisme wordt opgevat. Zij gaf het voorbeeld dat wanneer zij niet naast een donkere persoon in de tram gaat zitten, zij dat niet als een racistische daad bedoelt. Dit soort ervaringen en verhalen geven een inzicht in onze samenleving. Ze laten zien dat zowel zwart als blank op zoek is naar een manier om met deze onderwerpen om te gaan. Aan de Keti Koti Tafel wordt dus niet gezocht naar consensus, maar worden verschillende realiteiten naast elkaar gezet, verteld en belangrijker nog, ze worden gehoord en erkend.

In het huidige publieke debat zie ik weinig erkenning van dit soort verhalen. Ironisch genoeg vinden verhalen die miskend of ongekend blijven altijd een manier om onder de aandacht te komen. De uitbarstingen rondom de Zwarte Pieten-discussie zijn een schoolvoorbeeld van wat er gebeurt als de ervaringen van groepen mensen niet gehoord worden. De recente explosie van woede rondom de dood van Mitch Henriques geeft de onderliggende woede weer die bestaat onder groepen die dit soort tragedies aangrijpen om hun plek in het publieke debat op te eisen. En dat is hun goed recht. Een democratie valt of staat bij de kwaliteit van het publieke debat. Als wij echt iets willen veranderen, zouden we ruimte moeten geven aan verschillende verhalen. In plaats van abstracte debatten over abstracte thema’s kunnen we beginnen bij het delen, horen en erkennen van persoonlijke verhalen die ons concreet inzicht bieden in de worsteling van alle Nederlanders.

Column in het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken.

logofoto.

Advertisements