Afgelopen zaterdag was het ‘de nacht van de vrede’, een mooie gelegenheid om eens na te denken over dit begrip. Zeker omdat tegenwoordig iedereen een mening lijkt te hebben over ‘vrede’, of het gebrek daaraan, of de angst deze kwijt te raken door de intocht van mensen die al jaren niet meer in vrede hebben kunnen leven. Ik vraag me af, wat is vrede nu eigenlijk?

Politieke filosofen hebben al lange tijd nagedacht over de definitie van vrede in relatie tot oorlog. Zij zijn tot de conclusie gekomen dat vrede meer betekent dan simpelweg de afwezigheid van oorlog. Dat het meer is dan de afwezigheid van direct fysiek geweld. ‘Si vis pacem, para bellum’ oftewel: ‘wil je vrede, maak je klaar voor oorlog’ lijkt een diepgeworteld adagium in onze samenleving. Al strijdend, protesterend en rellend proberen wij een vredesrevolutie te verkondigen. Maar wat zegt dat over ons begrip van vrede?

Als we geloven dat we ons al strijdend in de richting van een staat van vrede kunnen vechten, betekent dat dus dat we vrede als een eindstation zien. Als een staat waar we naartoe willen. Vrede lijkt een eindhalte: als we er zijn, hoeven we er niet veel meer aan te doen. De conflictueuze weg naar vrede is het proces, het eindstation is passief.

Filosofen willen graag begrijpen hoe een woord invloed uitoefent op onze manier van handelen. Als we van daaruit goed kijken naar het woord vrede, dan is er iets heel raars aan de hand met de manier waarop wij ‘in vrede handelen’. Ten eerste is het lastig de staat van vrede te definiëren. Vrede lijkt vooral te beschrijven door wat het niet is. Vrede is geen geweld, want vrede is… vrede. Vrede is geen oorlog. Tijdens een staat van vrede vechten we niet. We beschrijven dus vaak vrede door te beschrijven wat het niet is. Maar we lijken weinig beschrijvingen te hebben van wat het wel is.

Ten tweede is vrede een lastig begrip, omdat, zo leert Gray Cox ons al in 1986, we veel actieve woorden hebben voor ‘conflict’. We kunnen ‘vechten’, we kunnen ‘ruziën’, we kunnen ‘discrimineren’. Allemaal woorden die een activiteit aanduiden, die je actief kunt bedrijven, werkwoorden voor conflict. In het Engels is deze tegenstelling nog duidelijker. In tijden van conflict kun je letterlijk ‘warren’, maar niet ‘peacen’. Maar zulke synoniemen kennen we nauwelijks met betrekking tot vrede.

Er is geen actief werkwoord om te ‘vreden’. Om ‘vrede te doen’ moet je iets toevoegen aan het woord: je kunt vrede nastreven, vrede beleven, ervaren, beoefenen, uitstralen. Maar voor het tegenovergestelde van vechten kennen we slechts ontkenningen: niet vechten, niet ruziën, anti-discrimineren. Filosofen roepen ons daarom op het idee over vrede te activeren. Om het niet te benoemen als een staat van zijn, maar om ook vrede als een proces te benaderen, iets waar we actief aan kunnen deelnemen. Maar wat doen we dan, als we actief ‘vreden’?

Ik zou zeggen dat actief ‘vreden’ bestaat uit ‘luisteren’, ‘kennen’, ‘begrijpen’, ‘accepteren’, ‘discussiëren’, en vooral ‘erkennen’. Dit zijn allemaal actieve werkwoorden. Nu denken we dat wij in Nederland de staat van vrede al hebben bereikt. We hebben weinig direct geweld, geen oorlog, dus we hebben vrede. Sterker nog, we bieden mensen die uit een situatie van direct geweld en oorlog komen een veilig en vredig onderkomen. Maar zijn wij eigenlijk wel zo goed in ‘vreden’?

Als actief ‘vreden’ betekent dat we luisteren, vraag ik mij af waarom de stem van Syrische migranten niet vaker te beluisteren valt in het publieke debat? We praten constant over hen, maar waarom praten we niet gewoon met hen? Als actief ‘vreden’ betekent dat we de ander kennen, vraag ik mij af waarom we hen afschilderen als mensen die ‘anders’ zijn? Kunnen we herkennen waarin wij overeenkomen? Kunnen wij hen kennen als mensen die ook een opleiding hebben genoten? Als mensen die, zoals wijzelf, op intelligente en strategische wijze beslissingen hebben genomen over hun vertrek uit hun vaderland? Als actief ‘vreden’ betekent dat we begrijpen, vraag ik mij af of wij alle feiten (zie bijvoorbeeld dit simpele filmpje) in ogenschouw kunnen nemen wanneer we spreken over de gevaren van de toestroom van migranten? Als actief ‘vreden’ betekent dat we erkennen, vraag ik mij af of wij genoeg erkenning geven aan de verschrikkingen waar deze mensen doorheen hebben moeten gaan. Als actief ‘vreden’ betekent dat we accepteren, accepteren wij dan dat een dood kind op een Turks strand niet alleen slachtoffer is van oorlog, maar ook van ons eigen grenzenbeleid? En ten slotte, als actief ‘vreden’ betekent dat wij discussiëren, vraag ik mij af: waarom vragen wij hen niet gewoon wat wij kunnen doen om hen een veilige plek te bieden?

Kortom, ik denk dat wij erg graag in een passieve staat van vrede leven, dat we bang zijn om deze passieve illusie kwijt te raken, maar dat wij niet zo goed zijn in actief ‘vreden’. Gelukkig zijn er een heleboel simpele manieren om ons ‘vreden’ te verbeteren en ik nodig iedereen uit hier actief een rol in te spelen.

Column op het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken

Advertisements